Plantaardige certificering brengt transparantie in een bloeiende markt
In heel Amerika en over de hele wereld kiezen miljoenen mensen er bewust voor om minder vlees en zuivel te eten. Of hun keuze nu voortkomt uit bezorgdheid over hun eigen gezondheid, dierenwelzijn, klimaatverandering of al deze factoren samen: een groeiende groep consumenten ziet af van vlees en andere dierlijke producten. Daarmee stimuleren ze een snelgroeiende markt voor plantaardige alternatieven. Een groot aantal fabrikanten, waaronder zowel opkomende merken als gevestigde marktleiders, wil op deze trend inspelen met een steeds breder assortiment plantaardige producten, variërend van imitatieburgerpatties tot amandelmelk en veganistische huidcrème.
Hoewel veel consumenten deze ontwikkeling toejuichen, kunnen ze ook in de war raken door onnauwkeurige of inconsistente productetikettering (de term „plantaardig“ valt nog niet onder de regelgeving van de FDA). Net als bij andere voedselcategorieën hebben consumenten van plantaardige producten behoefte aan een betrouwbare manier om te weten wat ze kopen en eten. Tegelijkertijd hebben bedrijven behoefte aan een manier om hun claims te onderbouwen en hun producten te onderscheiden van die van concurrenten. Om die redenen heeft SCS Standards onlangs de certificeringsnorm voor plantaardige producten (SCS-109) ontwikkeld, die tot doel heeft meer duidelijkheid en betrouwbaarheid op de markt te brengen.
Inzicht in productclaims
Voor consumenten is een goede eerste stap bij het verkennen van de markt voor plantaardige producten om zich te verdiepen in de nuances van de gebruikte terminologie. Wat op het eerste gezicht voor zich lijkt te spreken, kan bij nader inzien wat ingewikkelder blijken te zijn.
Een veelgestelde vraag is: „Betekenen ‚plant-based‘ en ‚veganistisch‘ hetzelfde?“ Het korte antwoord is: nee, niet helemaal. Omdat het gebruik van deze termen niet door de FDA wordt gereguleerd, kunnen verschillende groepen ze op verschillende manieren definiëren. Maar over het algemeen betekent ‚plant-based‘ dat het product grotendeels afkomstig is van planten en geen dierlijke ingrediënten bevat. Veganistisch betekent daarentegen dat het product geen dierlijke ingrediënten bevat, maar niet noodzakelijkerwijs van planten is gemaakt. Zout en bakpoeder zijn bijvoorbeeld gemaakt van mineralen. Daarom kan een product zowel plantaardig als veganistisch zijn, maar dat is niet altijd het geval.
Daarnaast is het belangrijk om op te merken dat al deze termen ook van toepassing kunnen zijn op andere producten dan voedingsmiddelen en dranken. Plantaardige lichaamsverzorgingsproducten kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt ter vervanging van de vele lotions en zeepsoorten die talg bevatten (dat wordt gemaakt van dierlijk vet). Een voorbeeld van een veganistisch product dat niet plantaardig is, is synthetisch leer gemaakt van polyurethaan.
Wat zorgt ervoor dat de vraag naar plantaardige producten toeneemt?
Hoewel overlappende productclaims sommige consumenten in verwarring kunnen brengen, weerhoudt dit hen er niet van om de voordelen van plantaardige producten te omarmen. In een rapport van Bloomberg Intelligence uit 2021 werd gesteld dat de markt voor plantaardige voedingsmiddelen tegen 2030 tot 7,7 procent van de wereldwijde eiwitmarkt zou kunnen uitmaken, met een waarde van meer dan 162 miljard dollar.
Het is niet verwonderlijk dat plantaardige producten aan populariteit hebben gewonnen onder vegetariërs en veganisten, die uit principe geen dierlijke producten eten. Ook veel ‘reducetariërs’, die hun vleesconsumptie hebben teruggeschroefd, kopen plantaardige alternatieven vanwege de vermeende voordelen voor de gezondheid en het milieu.
Afgezien van voedingsaspecten heeft de plantaardige beweging ook een aanzienlijke aanhang gekregen onder milieubewuste consumenten. Volgens een onderzoek uit 2022 van de Boston Consulting Group is de veeteelt verantwoordelijk voor 15 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, en kan investeren in plantaardige eiwitten een enorme positieve impact hebben op de vermindering van broeikasgassen in vergelijking met dierlijke eiwitbronnen. Met andere woorden: het kopen van plantaardige producten ondersteunt de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering.
Waarom certificering belangrijk is
Naarmate het aanbod aan plantaardige producten blijft groeien, hechten bedrijven en consumenten steeds meer waarde aan productclaims die zijn gecontroleerd door een betrouwbare certificeringsinstantie.
Door vrijwillige certificering te behalen, kunnen bedrijven aantonen dat hun producten inderdaad plantaardig en dierproefvrij zijn, zoals geadverteerd. De laatste jaren is het steeds noodzakelijker geworden om dit aan te tonen, omdat de geavanceerde voedingswetenschap tal van producten heeft voortgebracht die gemakkelijk voor echt vlees of zuivel kunnen worden aangezien. Certificering door een onafhankelijke instantie helpt bedrijven ook om hun producten te onderscheiden van die van concurrenten die ongefundeerde productclaims doen (een praktijk die bekendstaat als „greenwashing“) in de hoop munt te slaan uit de plantaardige markt.
Bovendien kunnen zelfs bedrijven met de beste bedoelingen, gezien de complexe wereldwijde toeleveringsketens van vandaag, onbewust ingrediënten van dierlijke oorsprong of andere niet-conforme grondstoffen gebruiken die hun claim dat hun product plantaardig is, tenietdoen. Een degelijk certificeringssysteem omvat een hoogopgeleide, onafhankelijke beoordelingsinstantie die elke stap in het toeleverings- en productieproces onderzoekt en bedrijven helpt de legitimiteit van hun producten te verifiëren.
Uiteindelijk stelt certificering bedrijven in staat hun producten met trots op de markt te brengen, en biedt het consumenten een herkenbaar keurmerk aan de hand waarvan zij weloverwogen en met vertrouwen aankoopbeslissingen kunnen nemen.
Waarom SCS een nieuwe norm heeft ontwikkeld
Fabrikanten die een certificering voor plantaardige producten willen behalen, kunnen verschillende wegen inslaan, aangezien diverse organisaties de afgelopen jaren hun eigen certificeringsnormen hebben ontwikkeld. Bedrijven moeten er echter rekening mee houden dat niet alle normen gelijkwaardig zijn; sommige omvatten een uitgebreider auditproces en stellen hogere drempels voor kwalificatie.
Na een evaluatie van de bestaande certificeringen voor plantaardige producten zag SCS Standards mogelijkheden om de sector en de consumenten meer zekerheid te bieden. In november 2022 lanceerde SCS Standards de SCS-109 Plant-Based Standard, die naar onze mening het strengste inspectieproces van alle certificeringsprogramma’s voor plantaardige producten kent.
Zo omvat het SCS-certificeringsproces niet alleen een beoordeling van de producten zelf, maar ook een inspectie van de faciliteiten, waarbij auditors de productieprocessen, de hygiëne- en opslagprocedures en de kritische controlepunten onderzoeken die tot kruisbesmetting met dierlijke producten kunnen leiden. Bovendien moeten producten, om aan de SCS-norm te voldoen, voor ten minste 95 procent uit plantaardige ingrediënten bestaan. Ter vergelijking: andere plantaardige certificeringen hanteren lagere drempels, zoals een drempel van 90 procent.
De extra moeite waard
Hoewel een minder strenge certificering wellicht gemakkelijker te behalen is, is het nemen van shortcuts in de voedingssector zelden een recept voor succes. Integendeel: bedrijven die zich aan de hoogste kwaliteitsnormen houden, komen uiteindelijk meestal als winnaar uit de bus. Door ervoor te zorgen dat hun producten het label ‘plantaardig’ daadwerkelijk verdienen, tonen voedselproducenten respect voor het recht van consumenten op een accurate en transparante voedseletikettering. Bovendien verzekeren ze zich daarmee van zakelijk succes op de lange termijn in een snelgroeiende en zeer competitieve sector.
Lees hier meer over de SCS-109-certificering voor plantaardige producten.
Bronvermeldingen: