Blogbericht

Inzicht in EU CSRD en dubbele materialiteit: Wat elk bedrijf moet weten

Inzicht in EU CSRD en dubbele materialiteit: Wat elk bedrijf moet weten

Sinds de invoering van de Europese Green Deal in 2020 heeft de Europese Unie (EU) een aantal belangrijke milieuwetgevingsvoorstellen ingediend die bedoeld zijn om de ambitie van de EU te ondersteunen om tegen 2050 het eerste koolstofneutrale continent te worden.  

De kern van deze belangrijke wetgeving wordt gevormd door de richtlijn inzake duurzaamheidsverslaglegging door ondernemingen (CSRD). De CSRD, die officieel in januari 2023 van kracht werd, heeft tot doel de bestaande richtlijn inzake niet-financiële verslaglegging (NFRD) te versterken en uit te breiden — in wezen wordt hiermee voorgeschreven dat de duurzaamheidscijfers van een onderneming evenveel gewicht moeten krijgen als de traditionele financiële verslaglegging. Volgens de EU-regels verplicht de CSRD grote en beursgenoteerde ondernemingen om verslag uit te brengen over hun duurzaamheidsprestaties, met inbegrip van milieu-, sociale en governancefactoren (ESG) en de impact van hun activiteiten op mens en milieu.

De CSRD-wetgeving omvat tal van belangrijke onderdelen, variërend van de gebruikelijke financiële verslaglegging, risicobeoordeling en verplichte controle, maar een van de belangrijkste onderdelen is dubbele materialiteit. Dubbele materialiteit is een innovatief hulpmiddel voor de verslaglegging dat ESG-factoren vanuit twee invalshoeken grondig analyseert: het beoordeelt de impact van bedrijfsactiviteiten op mens en milieu, en de financiële risico’s en kansen binnen een bepaalde waardeketen als gevolg van veranderingen op milieu- en sociaal gebied.

In verband met de CSRD staat de aanvullende richtlijn inzake due diligence op het gebied van duurzaamheid (CSDDD). Terwijl de CSRD tot doel heeft de kwaliteit van de duurzaamheidsinformatie die door in de EU actieve bedrijven wordt verstrekt te standaardiseren en te verbeteren, verplicht de CSDDD bedrijven ertoe due diligence-processen in te voeren om negatieve effecten van hun activiteiten en waardeketens op de mensenrechten en het milieu in kaart te brengen, te voorkomen, te beperken en hierover verantwoording af te leggen.

In dit artikel gaat SCS Consulting Services dieper in op deze twee belangrijke EU-wetgevingsmandaten, waarbij de nadruk ligt op de rol van dubbele materialiteit binnen het bredere kader van duurzaamheidsverslaglegging en op wat uw bedrijf nodig heeft om te voldoen aan de eisen inzake dubbele materialiteit binnen de CSRD en de daarmee samenhangende CSDDD.  

In één oogopslag: achtergrond en tijdschema’s van de EU-wetgeving inzake duurzaamheid 

De CSRD en de CSDDD zijn complementaire regelgevingen die door de EU zijn ontwikkeld. De CSRD biedt bedrijven een kader om verslag uit te brengen over hun inspanningen op het gebied van duurzaamheid, terwijl de CSDDD hen verplicht concrete maatregelen te nemen om hun impact aan te pakken. Fundamenteel gezien kan de informatie die via de CSDDD-processen wordt verzameld, worden gebruikt voor de rapportage die door de CSRD wordt vereist. Vanuit het uitgangspunt dat boekhouding economische praktijken stuurt, streven de CSRD en de CSDDD er samen naar om een duurzamer en verantwoordelijker bedrijfslandschap binnen de EU te creëren.  

In wezen schrijft de CSRD voor wat bedrijven moeten rapporteren over hun prestaties op het gebied van duurzaamheid, terwijl de CSDDD zich richt op de manier waarop bedrijven hun bedrijfsvoering moeten inrichten om duurzamer en verantwoordelijker te zijn, met name wat betreft mensenrechten en milieueffecten.

Sinds de ontwikkeling van de CSRD en de CSDDD heeft de Europese Commissie cruciale feedback ontvangen van bedrijven die onder beide verordeningen vallen, waaronder aanzienlijke bezorgdheid over het tijdschema voor de verwachte implementatie. Met name hebben bedrijven en bedrijfsorganisaties hun bezorgdheid geuit dat de rapportageverplichtingen van de CSRD en de CSDDD de administratieve lasten zouden kunnen vergroten en het concurrentievermogen van EU-ondernemingen zouden kunnen belemmeren. Het Draghi-rapport, een belangrijke publicatie over het Europese concurrentievermogen die in 2024 verscheen, ging ook kort in op dit onderwerp en adviseerde om de administratieve vereisten voor bedrijven in het algemeen te vereenvoudigen.  

Deze ontwikkelingen, in combinatie met een onstabiele geopolitieke context, hebben geleid tot het recente Omnibus 1-pakket, een voorstel van de Europese Commissie om bestaande wetgeving aan te passen. Het Omnibus-pakket omvat twee richtlijnen:  

  1. "Stop the Clock"— een maatregel die in recordtijd is doorgevoerd om rechtszekerheid voor bedrijven te creëren. "Stop the Clock" schort de vereisten slechts op door de ingangsdatum voor sommige bedrijven met twee jaar uit te stellen. Dit heeft geen invloed op de inhoud van de wetgeving.
  2. Een richtlijn inzake „inhoud”, die momenteel in het Europees Parlement wordt besproken. Deze richtlijn inzake inhoud zal mogelijk ingrijpende wijzigingen in de huidige tekst met zich meebrengen, bijvoorbeeld door de toepassingsdrempels te verhogen. Tegelijkertijd heeft EFRAG (voorheen bekend als de European Financial Reporting Advisory Group) de opdracht gekregen om de Europese normen voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS) te herzien en te vereenvoudigen — hierover verderop meer.

De volgende stap in het proces is de omzetting – dat wil zeggen: de integratie van de voorschriften van de richtlijnen in de nationale wetgeving – door de EU-lidstaten vóór 31 december 2025. In zijn persbericht van april 2025 geeft de Raad van de EU een overzicht van deze uitsteltermijnen met betrekking tot de CSRD en de CSDDD:

  • de inwerkingtreding van de CSRD-vereisten met twee jaar uitstellen voor grote ondernemingen die nog niet zijn begonnen met rapporteren, evenals voor beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s); en,
  • de omzettingstermijn en de eerste fase van de toepassing (die betrekking heeft op de grootste ondernemingen) van de CSDDD met een jaar uitstellen.

Sommige landen (zoals Frankrijk) zijn alvast begonnen met het nemen van maatregelen om de richtlijn om te zetten.

Nu breekt de lastigste fase aan, aangezien de Raad en het Parlement grondig zullen moeten bespreken hoe de inhoud van de CSRD en de CSDDD zich verder zal ontwikkelen, met inbegrip van aspecten zoals drempels, tijdschema’s en verantwoordelijkheden. Binnen de Commissie juridische zaken van het Parlement stond de eerste bespreking gepland voor eind april, met een verslag dat naar verwachting eind juni zal verschijnen en een stemming rond half oktober.

EFRAG treedt op als technisch adviseur van de Europese Commissie en stelt de ESRS op. Zoals hierboven vermeld, werkt EFRAG parallel aan de omzetting en heeft de Europese Commissie EFRAG officieel de opdracht gegeven om de ESRS te stroomlijnen; dit zijn gedetailleerde verslaggevingsstandaarden die door EFRAG zijn ontwikkeld. De ESRS geven invulling aan de CSRD door te definiëren welke informatie bedrijven moeten verstrekken en hoe deze informatie moet worden gestructureerd. Als we de CSRD beschouwen als het "wie, wanneer en waarom", dan kunnen de ESRS worden gezien als het "wat en hoe".

EFRAG moet tegen het einde van de zomer (augustus-september 2025) een eerste ontwerpversie indienen en uiterlijk op 31 oktober 2025 advies uitbrengen. Tot de richtsnoeren die de Commissie aan EFRAG heeft gegeven, behoren onder meer een aanzienlijke vermindering van het aantal verplichte ESRS-gegevenspunten, het geven van voorrang aan kwantitatieve boven kwalitatieve gegevenspunten, en het verstrekken van duidelijkere instructies over de toepassing van het materialiteitsbeginsel.

Welke ondernemingen vallen onder de CSRD? 

De vraag hoe de CSRD precies van toepassing is op welke bedrijven, is een onderwerp dat momenteel in het Europees Parlement wordt besproken. Hoewel de CSRD in grote lijnen van toepassing is op zowel in de EU gevestigde bedrijven als niet-EU-bedrijven die activiteiten in de EU ontplooien, zullen de indeling van bedrijven naar omvang (micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen) en de bijbehorende rapportagedrempels waarschijnlijk veranderen onder invloed van het recente Omnibus-pakket. Oorspronkelijk werd de indeling van bedrijven onder de CSRD bepaald aan de hand van drie criteria: balanstotaal, netto-omzet en gemiddeld aantal werknemers. Een bedrijf kon worden ingedeeld op basis van zijn omvang en of het aan ten minste twee van die drie criteria voldeed.  

De officiële documentatie zoals uiteengezet in de EU-richtlijn betreffende de jaarrekening (2013/34/EU) bevat de criteria voor elke bedrijfsgrootte overeenkomstig artikel 3 — maar ook hier geldt dat deze indelingen en drempels aan verandering onderhevig zijn nu het Omnibus-pakket in behandeling is.

Ter herinnering: met „kmo’s“ worden micro-, kleine en middelgrote ondernemingen bedoeld. „Beursgenoteerde“ ondernemingen zijn ondernemingen die zijn opgenomen op door de EU gereguleerde markten en die worden bijgehouden door een aantal instellingen, waaronder het register van gereguleerde markten van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), Euronext en de nationale effectenbeurzen.  

We merken hier nogmaals op dat „Stop the Clock“ de toepassing van de CSRD met twee jaar heeft uitgesteld voor bedrijven in fase 2 (januari 2025) en fase 3 (januari 2026). Bedrijven uit fase 1 hebben in 2025 al verslag uitgebracht over hun activiteiten in 2024 en zullen naar verwachting blijven rapporteren.

Wij raden bedrijven die vragen of twijfels hebben over de vraag of de CSRD op hen van toepassing is en wanneer, aan om contact met ons op te nemen.  

Wat is materialiteit? 

Het begrip ‘materialiteit’ vindt zijn oorsprong in de juridische en boekhoudkundige wereld en hangt nauw samen met strategische bedrijfsbeslissingen. Materialiteit verwijst specifiek naar het idee dat de juiste informatie – die welke als het meest relevant of ‘materieel’ wordt beschouwd – wordt verstrekt aan de belanghebbenden die verantwoordelijk zijn voor het nemen van dergelijke strategische bedrijfsbeslissingen.  

In de meeste zakelijke situaties werden dergelijke belanghebbenden of „gebruikers van materiële feiten“ vrijwel uitsluitend gelijkgesteld aan financiële investeerders. Maar aangezien de gevolgen van de klimaatverandering geen enkel individu, bedrijf of gemeenschap onberoerd laten, zien we dat het gangbare beeld van besluitvormers en gebruikers van materiële feiten aan het veranderen is.  

Wat is dubbele materialiteit?

Het principe van dubbele materialiteit blijft ook in de voorgestelde vereenvoudigde versie de kern van de CSRD vormen en wordt beschouwd als een belangrijke Europese vernieuwing op het gebied van duurzaamheidsverslaglegging. Dubbele materialiteit gaat ervan uit dat zowel de financiële gevolgen van duurzaamheidskwesties voor een onderneming als de impact van de onderneming op de samenleving en het milieu relevant zijn en moeten worden vermeld.  

Hoe verhoudt dubbele materialiteit zich tot duurzaamheidsverslaglegging?

Duurzaamheidsrapportagekaders zoals CSRD en CSDDD bevatten vereisten inzake dubbele materialiteit, wat inhoudt dat de materiële, duurzaamheidsgerelateerde gegevens van een onderneming systematisch moeten worden geordend en gerapporteerd. Beoordelingen van dubbele materialiteit in duurzaamheidsrapportages stellen belanghebbenden in staat om beter onderbouwde beslissingen te nemen op twee fronten: ten aanzien van de financiële levensvatbaarheid en operationele integriteit van de onderneming in het licht van diverse duurzaamheidsrisico’s of -kwesties, en ten aanzien van de impact van de onderneming op het milieu, gemeenschappen en andere belanghebbenden.

Wie zijn de belanghebbenden of gebruikers van informatie en gegevens over duurzaamheid?

Volgens de ESRS worden zowel belanghebbenden als gebruikers van duurzaamheidsinformatie als zeer belangrijk beschouwd. In de eerste plaats moeten beoordelaars rekening houden met de betrokken belanghebbenden – dat wil zeggen personen of groepen die via de waardeketen mogelijk worden beïnvloed door de activiteiten van een onderneming. Hieronder vallen onder meer groepen zoals investeerders, klanten, bedrijfsstrategen, huidige en potentiële werknemers en leden van de gemeenschap, naast andere belanghebbende groepen en gebruikers.  

De ESRS beschouwt de gebruikers van duurzaamheidsinformatie en financiële verslaglegging voor algemene doeleinden als de partners van de onderneming, vakbonden en sociale partners, het maatschappelijk middenveld, niet-gouvernementele organisaties, overheidsanalisten en academici. De ESRS hanteert een zeer brede visie met betrekking tot de groepen die mogelijk geïnteresseerd zijn in de bekendgemaakte duurzaamheidsgegevens, om zo meer zorgvuldigheid te stimuleren bij het overwegen van de mogelijke gevolgen van bedrijfsactiviteiten voor externe partijen. De interpretatie van de ESRS van gebruikers van duurzaamheidsinformatie staat in contrast met die van bijvoorbeeld de International Financial Reporting Standards (IFRS), die bestaande en potentiële investeerders, kredietverstrekkers en andere crediteuren als primaire gebruikers aanmerken.  

Wanneer wordt een duurzaamheidskwestie of -probleem als materieel beschouwd?

Volgens de ESRS wordt de natuur als een geheel benaderd en beschouwd als een stille belanghebbende wiens belangen positief of negatief kunnen worden beïnvloed door de activiteiten van een onderneming. In dit verband beschouwt de ESRS een duurzaamheidskwestie als materieel vanuit financieel oogpunt indien een incident in de natuur (bosbrand, overstroming, enz.) risico's of kansen met zich meebrengt die de financiële prestaties, de kasstroom of de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's) van de onderneming beïnvloeden of zouden kunnen beïnvloeden op korte, middellange en lange termijn. Dit kan ook gevolgen omvatten die worden veroorzaakt door de producten en diensten van de onderneming.

Wat duurzaamheidsverslaglegging betreft, zullen dubbele materialiteitsbeoordelingen bedrijven helpen om te bepalen of een duurzaamheidskwestie materieel is op basis van een aantal IRO’s – impact, risico’s en kansen – en of die kwesties vanuit verschillende perspectieven, waaronder impact, financiële aspecten of een combinatie van beide, een drempel overschrijden.  

Hoe werkt dubbele materialiteit binnen de CSRD?

De benadering van de CSRD met betrekking tot dubbele materialiteit is erop gericht bedrijven te helpen een volledig inzicht te krijgen in zowel hun invloed op de wereld als de wederzijdse effecten van externe factoren op hun bedrijfsvoering — met als doel de duurzaamheidsthema’s te identificeren die voor elk bedrijf het belangrijkst zijn.

Het implementatiekader voor de CSRD beschrijft een aantal stappen die zijn bedoeld om dit inzicht te bevorderen. Deze aanbevelingen pleiten voor de ontwikkeling van een contextueel kader dat de nauwkeurigheid en doeltreffendheid van dubbele materialiteitsbeoordelingen vergroot en leggen de nadruk op de volgende belangrijke activiteiten:

  • de waardeketen in kaart brengen
  • het in kaart brengen van effecten, risico’s en kansen (IRO’s)
  • samenwerken met relevante belanghebbenden.

Deze kernactiviteiten (ook wel ‘contextverzamelingsoefeningen’ genoemd) dienen twee belangrijke doelen. Ten eerste spelen ze een essentiële rol bij het leggen van een solide basis voor duurzaamheidsverslaglegging in het kader van de CSRD-vereisten, door informatie te verschaffen over de milieu- en sociale impact en over financiële overwegingen. Ten tweede kunnen deze drie kernactiviteiten bedrijven helpen bij het bepalen van de beste aanpak voor het bundelen van hun verslagleggingsinspanningen — iets wat van pas kan komen wanneer bedrijven te maken hebben met meerdere regelgevingen op het gebied van duurzaamheidsverslaglegging.  

Wat komt er allemaal kijken bij het in kaart brengen van de waardeketen voor beoordelingen van dubbele materialiteit? 

In het kader van de CSRD houdt de waardeketen rekening met de activiteiten, middelen en relaties van een onderneming met haar externe omgeving, waarin zij actief is en waarop zij vertrouwt om producten of diensten te creëren. Deze interpretatie van de waardeketen sluit ook aan bij de definities die zijn vastgelegd door zowel het Global Reporting Initiative (GRI) als de International Sustainability Standards Board (ISSB). Elk van deze relaties en uitwisselingen die in de waardeketen in kaart worden gebracht, moet informatie omvatten vanaf het concept tot het einde van de levensduur.

Waarom is de analyse van de waardeketen van cruciaal belang bij beoordelingen van dubbele materialiteit?

Een dubbele materialiteitsbeoordeling fungeert als een strategische exercitie en als een manier om de veerkracht van het bedrijfsmodel van een onderneming te versterken; een grondige analyse van de waardeketen kan helpen om blinde vlekken te voorkomen en de transparantie in de bedrijfsvoering te vergroten. Het achterwege laten van een grondige analyse van uw waardeketen kan, met andere woorden, ernstige problemen voor uw organisatie met zich meebrengen.  

Onze eerste praktische aanbeveling voor het in kaart brengen van uw waardeketen is dan ook om niet te stoppen bij de eerste-lijnsleveranciers. Eerste-lijnsleveranciers zijn leveranciers waarmee een bedrijf een contract heeft gesloten om goederen of diensten rechtstreeks aan het bedrijf zelf te leveren, in tegenstelling tot tweede- en derde-lijnsleveranciers, die mogelijk door eerste-lijnsleveranciers worden ingehuurd of ingezet.  

In termen van de CSRD is het echter volstrekt onvoldoende om alleen naar toeleveranciers of klanten van het eerste niveau te kijken. De CSRD vereist dat de rapporterende onderneming nagaat waar, hoe en wie er betrokken is bij het op de markt brengen van een product- of dienstconcept, en waar, hoe en op wie dat product uiteindelijk invloed heeft.

De waardeketen kan complex zijn, dus bouw je kennis ervan geleidelijk op en ga samenwerkingsverbanden aan die je inzicht kunnen vergroten. Door na te denken over de gevolgen voor de toeleverings- en afzetketen – zoals grondstofwinning, afhankelijkheid van arbeidskrachten, transport en industriële verwerking – van elk product dat je bedrijf maakt, zet je een goede eerste stap bij het in kaart brengen van je waardeketen.

Hoe brengt een bedrijf effecten, risico’s en kansen (IRO’s) in kaart in het kader van dubbele materialiteit?

Na het in kaart brengen van de waardeketen is het identificeren van IRO’s de tweede stap in het verzamelen van contextinformatie om de dubbele materialiteit te bepalen in het kader van de CSRD-vereisten. Wij raden aan om IRO’s te identificeren door een lijst samen te stellen op basis van de ESRS 1 Application Requirements (AR) 16-richtlijn voor materiële onderwerpen en subonderwerpen. Enkele van de materiële onderwerpen die in AR16 worden genoemd, zijn onder meer: klimaatverandering, vervuiling, water- en mariene hulpbronnen, evenals het personeelsbestand, werknemers in de waardeketen en getroffen gemeenschappen, naast vele andere.

Hierbij is het belangrijk op te merken dat de ESRS op dit moment nog geen sectorspecifieke richtlijnen heeft opgesteld — en nu het Omnibus 1-pakket van kracht is, zullen dergelijke specifieke richtlijnen wellicht nooit worden opgesteld. Dit betekent dat als een bedrijf de voorkeur geeft aan het raadplegen van sectorspecifieke richtlijnen alvorens IRO’s vast te stellen, de richtlijnen van GRI en de Sustainability Standards Accounting Board (SASB, onderdeel van IFRS) een betrouwbaar uitgangspunt vormen. En hoewel sectorspecifieke richtlijnen een nuttig hulpmiddel kunnen zijn dat meer context biedt voor IRO's, kunnen sectorspecifieke richtlijnen op zichzelf soms een te beperkte focus geven – er kunnen bijvoorbeeld andere relevante sectoren zijn die actief zijn in uw waardeketen, zoals bij de levering van op maat gemaakte producten die uw bedrijfsvoering ondersteunen. Naleving van de CSRD vereist een volledige en holistische beoordeling van de waardeketen van een bedrijf op korte en lange termijn, waarbij alle onvoorziene omstandigheden worden meegenomen.

Hoe ziet de betrokkenheid van belanghebbenden bij de CSRD eruit?

Het betrekken van belanghebbenden vormt de derde stap in het verzamelen van contextinformatie. En misschien wel het belangrijkste om te weten over het betrekken van belanghebbenden in het kader van de CSRD is dat dit technisch gezien geen verplichting is.  

Een andere manier om stakeholderbetrokkenheid te beschouwen in het kader van de dubbele materialiteitsvereisten onder de CSRD, is door deze te zien als een toegevoegde waarde – een activiteit die meer concretie en onderbouwing biedt voor de beoordeling van materiële zaken. In die zin neemt een onderneming die stakeholderbetrokkenheid in haar werkwijze integreert een proactievere houding aan ter ondersteuning van een krachtigere rapportage over dubbele materialiteit onder de CSRD en de CSDDD – wat met name van belang is bij de voorbereiding op mogelijke wetswijzigingen in verband met beide regelgevingskaders.

In het kader van een oprechte dialoog met belanghebbenden zullen bedrijven zich opnieuw willen richten op de context van de waardeketen, dat wil zeggen: vaststellen wie er daadwerkelijk door hun activiteiten wordt beïnvloed en eerlijk de risico’s beoordelen waarmee hun bedrijf wordt geconfronteerd. Eerdere inspanningen om informatie over de waardeketen te verzamelen en belanghebbenden te identificeren, kunnen ook een steun zijn bij de dialoog met belanghebbenden, met name bij het vaststellen met wie het belangrijk is om in gesprek te gaan.

Hoe kan ik aan de slag gaan met het betrekken van belanghebbenden in het kader van de CSRD? 

We raden aan om eerst de breedste groepen belanghebbenden in kaart te brengen en deze vervolgens met behulp van meer gedetailleerde filters op te splitsen in subgroepen, waarbij u meer specifieke informatie verstrekt over zowel de gevolgen voor deze groepen als de invloed die zij op uw bedrijf hebben. Denk daarbij aan interne belanghebbenden zoals medewerkers, het management of de raad van bestuur, maar ook aan externe belanghebbenden zoals leveranciers, investeerders, verwerkers van grondstoffen, klanten, productgebruikers en distributeurs.

Het onderkennen van zogenaamde ‘stille belanghebbenden’ kan betekenen dat u rekening moet houden met meer diffuse factoren, zoals de manier waarop andere potentiële milieu- of maatschappelijke risico’s uw bedrijfsvoering beïnvloeden vanuit het perspectief van gezondheid, kennis of sociaal kapitaal. Door deze meer abstracte concepten in kaart te brengen, kunt u beter inzicht krijgen in de verschillende dynamieken in de relaties tussen uw bedrijf en de buitenwereld, evenals in de waarde of het risico die deze voor uw onderneming inhouden.  

Aan de slag: dubbele materialiteit toepassen in het kader van de CSRD

Om de nuances van de dubbele materialiteitsvereisten van de CSRD te begrijpen, moet men zich eerst voorbereiden op de drie belangrijkste stappen: het in kaart brengen van waardeketens, het identificeren van effecten, risico’s en kansen (IRO’s), en het betrekken van belanghebbenden.  

Deze inspanningen vormen de basis voor uw dubbele materialiteitsbeoordeling door vast te stellen wat vanuit financieel of impactperspectief werkelijk van materieel belang is voor uw onderneming. EFRAG biedt enige richtlijnen voor het berekenen van materiële resultaten door middel van een beoordeling van de ernst, en dit is een goed uitgangspunt bij het ontwikkelen van een methodologie die aansluit bij uw bedrijf. Simpel gezegd is het doel om te begrijpen welke ESG-factoren als kritisch materieel, materieel of niet-materieel worden beschouwd. Deze resultaten helpen niet alleen bij het vaststellen van wat u via de CSRD moet rapporteren om aan de voorschriften te voldoen, maar ze vergroten ook de transparantie van een bedrijf en versterken de veerkracht door bedrijven in staat te stellen controverses te anticiperen en te beperken en risico's te verminderen voordat ze zich voordoen.  

Bent u op zoek naar meer concrete voorbeelden en antwoorden op vragen over de dubbele materialiteitsvereisten van de CSRD? Bekijk dan zeker de opname van ons webinar „Inzicht in de EU-CSRD: de do’s en don’ts van dubbele materialiteitsbeoordelingen“. U kunt hier ook een afspraak met ons maken. 

Marie Blazy
Auteur

Marie Blazy

Programmamanger, CSRD Europa
Stephanie Ellis
Auteur

Stephanie Ellis

Senior projectmanager