De klok tikt voor de EUDR: wat de evaluatie van de Commissie in mei 2026 voor u betekent
Op 4 mei 2026 heeft de Europese Commissie haar langverwachte evaluatie van de vereenvoudigingsmaatregelen van de EU-ontbossingsverordening (EUDR) gepubliceerd, waarmee zij uitvoering geeft aan een mandaat uit de wijziging van december 2025. Dit verslag is een reactie op de uitgebreide feedback van diverse sectoren die hun bezorgdheid hebben geuit over de bredere gevolgen van de EUDR voor hun bedrijfsvoering. Volgens de Commissie wordt in deze evaluatie geschat dat de jaarlijkse nalevingskosten met ongeveer 75 % zullen dalen door de cumulatieve vereenvoudiging van de maatregelen die sinds 2023 zijn ingevoerd. Om de rechtszekerheid te waarborgen en een stabiel regelgevingskader te handhaven, heeft de Commissie vastgesteld dat er op dit moment geen verdere wijziging van de basiswettekst nodig is.
Het verslag van de Commissie bevestigt dat er geen verdere vertragingen bij de uitvoering zullen optreden. De nalevingstermijnen blijven 30 december 2026 voor grote en middelgrote marktdeelnemers, en 30 juni 2027 voor de meeste micro- en kleine marktdeelnemers (MSPO’s). (Marktdeelnemers die onder de EU-houtverordening [EUTR] vallen, moeten de termijn van december 2026 halen. Hier vindt u een meer gedetailleerde uitleg en vergelijking van de EUDR en de EUTR.) Naast het verslag heeft de Commissie ook een bijgewerkt richtsnoer voor Verordening (EU) 2023/1115 inzake ontbossingsvrije producten en een vijfde versie van de veelgestelde vragen over de implementatie gepubliceerd, die beide verduidelijken hoe de gewijzigde regels in de praktijk van toepassing zijn. Hieronder lichten we enkele van de belangrijkste veranderingen toe uit het laatste EU-rapport over de EUDR.
DE ROL VAN CERTIFICERINGEN EN VERIFICATIEPROGRAMMA’S DOOR DERDEN BIJ RISICOBEOORDELING EN RISICOBEPERKING
Hoofdstuk 10 van het bijgewerkte richtsnoer is gewijd aan het in context plaatsen van de rol van certificeringen en door derden geverifieerde regelingen, die de naleving en risicobeoordeling kunnen ondersteunen door te bevestigen dat producten legaal en ontbossingsvrij zijn. De Commissie erkent dat zowel certificeringen als door derden geverifieerde regelingen „een belangrijke rol kunnen spelen bij het bevorderen van duurzame land- en bosbouwpraktijken en verantwoorde inkoop, bij het stimuleren van transparantie in de toeleveringsketen en bij het vergemakkelijken van naleving.“
Volgens paragraaf 10 van het richtsnoer („De rol van certificeringsregelingen en verificatieregelingen door derden bij risicobeoordeling en risicobeperking”) is de Commissie voornemens „instrumenten voor handelsfacilitering“ in te voeren die de handel mogelijk maken en de naleving van de EUDR ondersteunen. Dit omvat onder meer de ontwikkeling van een register van certificeringsregelingen om „transparante informatie te verstrekken over de reikwijdte van bestaande regelingen“. Marktdeelnemers kunnen deze databank raadplegen bij het uitvoeren van hun zorgvuldigheidsonderzoek en het op de EU-markt brengen van producten. De databank zal naar verwachting in december 2026 beschikbaar zijn.
De Commissie erkent dat, hoewel deze certificeringsregelingen een ondersteuning kunnen vormen voor de risicobeoordeling zoals beschreven in artikel 10 van de EUDR-verordening, geen enkele afzonderlijke certificeringsregeling in de plaats kan komen van de verplichte zorgvuldigheidseisen die de EUDR stelt in paragraaf 8 van het richtsnoer (getiteld „Regelmatig onderhoud van een zorgvuldigheidssysteem”). Alvorens te besluiten zich te laten certificeren volgens een specifiek stelsel, adviseert de Commissie exploitanten er eerst voor te zorgen dat de certificering in overeenstemming is met de EUDR. Een uitgebreid doorlichtingsproces wordt aanbevolen, en de Commissie zet een aantal overwegingen uiteen in paragraaf 10 van het richtsnoer.
Zoals gezegd zal dit register met relevante certificerings- en verificatieregelingen van derden in december 2026 beschikbaar komen. In de tussentijd moedigt de Commissie marktdeelnemers aan om drie verschillende documenten te raadplegen: de effectbeoordeling van de Commissie; de EU-richtlijnen voor beste praktijken inzake vrijwillige certificeringsregelingen voor landbouwproducten; en de bevindingen van de studie van de Commissie over certificerings- en verificatieregelingen in de bosbouwsector voor houtproducten.
HERINVOER: WAT DE BIJGEWERKTE RICHTLIJNEN EN VEELGESTELDE VRAGEN BETEKENEN VOOR BEDRIJVEN BUITEN DE EU
Voor marktdeelnemers buiten de EU die producten verhandelen die eerder in de EU in de handel zijn gebracht, bieden de bijgewerkte veelgestelde vragen (FAQ 5.4) een aanzienlijke vereenvoudiging. Het opnieuw invoeren van dergelijke producten wordt nu expliciet aangemerkt als een activiteit in de verdere distributieketen, wat betekent dat de wederinvoerder geen nieuwe zorgvuldigheidsverklaring hoeft in te dienen, mits hij kan aantonen dat het product eerder in de EU in de handel is gebracht.
Als aanvaardbaar bewijsmateriaal gelden douaneaangiften, facturen, vrachtbrieven, CMR-vervoersdocumenten voor wegtransport, afleveringsbonnen en alle andere betrouwbare bedrijfsdocumenten die betrekking hebben op het product. Indien er geen referentienummer van de due diligence-verklaring (DDS) van een leverancier is ontvangen, kan een conventioneel referentienummer worden gebruikt in de douaneaangifte. Houd er rekening mee dat de bevoegde autoriteiten op de hoogte worden gesteld wanneer een conventioneel referentienummer wordt gebruikt en hier mogelijk gevolg aan geven. Indien niet kan worden aangetoond dat het product eerder op de EU-markt is gebracht, gelden de volledige due diligence-verplichtingen.
AANVULLENDE WIJZIGINGEN: BIJGEWERKTE RICHTLIJNEN EN VERDUIDELIJKINGEN IN DE VEELGESTELDE VRAGEN
De FAQ over versie 5 van april 2026 bevat ook een aantal geheel nieuwe bepalingen die betrekking hebben op situaties die voorheen niet aan bod kwamen:
E-commerce en onlineverkoop (FAQ 3.17–3.19): De EUDR is van toepassing op alle commerciële onlineverkoop, zowel B2B als B2C, ongeacht of de verkoper in de EU is gevestigd. De FAQ verduidelijkt hoe rollen (upstream-exploitant, downstream-exploitant, handelaar) worden toegewezen in online toeleveringsketens, met inbegrip van marktplaatsen en fulfilmentproviders. EU-consumenten die voor persoonlijk gebruik kopen, blijven vrijgesteld, maar de commerciële actor die hen bevoorraadt, is dat niet.
Dubbele rol: marktdeelnemer en downstream-marktdeelnemer (FAQ 3.8): Eén en dezelfde onderneming kan voor hetzelfde product in dezelfde toeleveringsketen zowel een upstream-marktdeelnemer als een downstream-marktdeelnemer zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor een onderneming die een relevant product importeert en dit verwerkt alvorens het te verkopen: zij vervult de rol van marktdeelnemer voor het verwerkte product en kan tegelijkertijd een downstream-rol vervullen voor andere producten in dezelfde keten.
Coöperaties en verenigingen als gemachtigde vertegenwoordigers (FAQ 3.20): Coöperaties, verenigingen en soortgelijke organisaties mogen namens hun leden due diligence-verklaringen of vereenvoudigde verklaringen indienen, waarbij zij optreden als gemachtigde vertegenwoordigers. Dit is met name van belang voor toeleveringsketens van micro- en kleine primaire marktdeelnemers (MSPO’s), waar individuele indieningen onpraktisch zouden zijn. De gemachtigde vertegenwoordiger moet in de EU gevestigd zijn; de wettelijke verantwoordelijkheid voor de naleving blijft bij de individuele marktdeelnemer berusten.
Stroomafwaartse marktdeelnemers en gegronde bezwaren (FAQ 3.6.2): In nieuwe richtsnoeren wordt verduidelijkt wat stroomafwaartse marktdeelnemers die geen kmo zijn, moeten doen wanneer zij kennis nemen van een gegrond bezwaar of informatie die wijst op niet-naleving. De verplichting is reactief; er is geen systematische monitoring vereist, maar zodra de situatie zich voordoet, moet de downstream-exploitant die geen kmo is, verifiëren of de nodige zorgvuldigheid is betracht en mag hij het product niet verder in de handel brengen totdat hij ervan overtuigd is dat er geen of slechts een verwaarloosbaar risico bestaat.
Het belangrijkste document waarmee organisaties vertrouwd moeten zijn, is het richtsnoer bij Verordening (EU) 2023/1115 inzake ontbossingsvrije producten (bijgewerkt op 4 mei 2026).
Voor een overzicht van de meest gestelde vragen raden wij de bijgewerkte FAQ’s over de uitvoering van de EUDR aan (versie 5, april 2026).
Wat blijft en wat verdwijnt: het ontwerp van gedelegeerde handeling inzake het toepassingsgebied van het product
In het in mei 2026 gepubliceerde ontwerp van gedelegeerde handeling inzake het toepassingsgebied van de verordening wordt voorgesteld bijlage I aan te passen om de lijst van relevante producten die onder de EUDR vallen te herzien en te verduidelijken hoe de verordening in specifieke gevallen en voor bepaalde productcategorieën van toepassing is. In wezen worden in de voorgestelde bijgewerkte bijlage I producten toegevoegd en geschrapt om ervoor te zorgen dat producten binnen het juiste toepassingsgebied van de verordening vallen, zonder dat het risico bestaat dat de oorzaak van ontbossing wordt „verplaatst” naar niet-gereguleerde segmenten van de toeleveringsketen.
Enkele van de door de EUDR voorgestelde toevoegingen aan de lijst van onder de verordening vallende producten zijn derivaten van palmolie, waaronder zeep op basis van palmolie, bepaalde oleochemicaliën en oploskoffie. Oploskoffie vormt een interessant geval, omdat, hoewel gebrande en groene koffiebonen al onder de EUDR vallen, oploskoffie daar tot nu toe niet onder viel. Deze eerdere uitsluiting leidde tot wat in het rapport wordt omschreven als "een gefragmenteerde en onsamenhangende aanpak voor de koffiesector", wat er in eerdere versies van de EUDR toe kan hebben geleid dat relevante producten "op de markt van de Unie werden gebracht of vanuit de Unie werden uitgevoerd zonder dat aan de verplichtingen van de verordening werd voldaan" (zie de ontwerp-gedelegeerde verordening). De voorgestelde bijgewerkte bijlage 1 omvat nu oploskoffie om deze fragmentatie te verhelpen, onder voorbehoud van goedkeuring.
In deze actualisering van de EUDR worden ook uitsluitingen van producten voorgesteld in het kader van de herziene ontwerpbijlage 1. De voorgestelde uitsluitingen zijn ruimer van opzet en hebben betrekking op meerdere categorieën van EUDR-goederen; ze omvatten onder meer leer en rundhuiden; vernieuwde banden; afval, gebruikte en tweedehandsproducten; productmonsters en artikelen die worden gebruikt voor tests of analyses; correspondentie; en bepaalde verpakkingsmaterialen.
Het voorstel in de ontwerp-gedelegeerde handeling om leer en rundhuiden uit te sluiten, heeft tijdens de raadplegingsperiode, die op 1 juni 2026 afliep, tot georganiseerde reacties geleid, met campagnes die het voorstel zowel steunden als afwezen. De argumenten van de sector ten gunste van uitsluiting verwijzen naar wetenschappelijk bewijs dat er een zwak causaal verband bestaat tussen de leerproductie en ontbossing, waarbij leer wordt aangemerkt als een bijproduct van geringe waarde uit de voedingsindustrie. De argumenten van de industrie wijzen ook op bezorgdheid over onevenredige nalevingslasten en een concurrentienadeel voor leerlooierijen in de EU ten opzichte van leveranciers van buiten de EU.
Tegenstanders stellen dat het opnemen van leer essentieel is om te voorkomen dat het risico op ontbossing zich binnen de veeteeltketen verplaatst. De geografische spreiding van de reacties – waarbij Duitsland en Frankrijk samen goed zijn voor bijna tweederde van alle reacties en Brazilië (’s werelds grootste leerexporteur) op de vierde plaats staat – wijst erop dat de leerkwestie een van de meest omstreden punten van het definitieve akkoord zal zijn.
Indien deze voorstellen worden aangenomen, zullen er nieuwe bedrijven onder de regeling vallen, met name in de sectoren consumptiegoederen en chemische stoffen, die momenteel geen directe EUDR-verplichtingen hebben. Om de voortgang van de goedkeuring van de wetgeving te volgen, kunt u terecht op de pagina van de Commissie over de ontwerp-delegatieverordening.
Belangrijkste wijzigingen uit de wijzigingen van december 2025 (Verordening (EU) 2025/2650)
In het pakket van mei 2026 worden de gevolgen geanalyseerd van de structurele wijzigingen die zijn doorgevoerd bij de publicatie van Verordening (EU) 2025/2650 op 23 december 2025. In de volgende paragrafen geven we een algemeen overzicht van de belangrijkste veranderingen die deze laatste aanpassing met zich meebrengt.
NIEUWE CATEGORIE VAN DOWNSTREAM-EXPLOITANTEN
De gewijzigde verordening introduceert een nieuwe categorie van „downstream-marktdeelnemers”: entiteiten die producten op de markt brengen die zijn vervaardigd met behulp van producten waarvoor reeds een zorgvuldigheidsverklaring of een vereenvoudigde verklaring is afgegeven. Stroomafwaartse marktdeelnemers en handelaren die geen kmo's zijn, hoeven niet langer volledige zorgvuldigheid te betrachten voor elk product dat zij op de markt brengen, verkopen of exporteren, hoewel zij zich nog steeds moeten registreren in het EUDR-informatiesysteem. Alleen de eerste stroomafwaartse marktdeelnemer in een keten is verplicht om DDS-referentienummers te verzamelen en te bewaren.
MICRO- EN KLEINE PRIMAIRE MARKTDEELNEMERS (MSPOS) & VEREENVOUDIGDE AANGIFTEN
Er is een nieuwe subcategorie gecreëerd voor „micro- en kleine primaire marktdeelnemers“. Een marktdeelnemer wordt als MSPO aangemerkt indien het een natuurlijke persoon of een micro- of klein bedrijf betreft dat gevestigd is in een land met een laag risico, en die zelf geproduceerde producten op de EU-markt brengt of exporteert. MSPO's kunnen in het informatiesysteem een eenmalige vereenvoudigde verklaring indienen in plaats van een volledige due diligence-verklaring; zij kunnen ook GPS-coördinaten vervangen door het postadres van de percelen of de vestigingen waar de betreffende grondstoffen zijn geproduceerd, mits het adres overeenkomt met de daadwerkelijke productielocatie.
GEDRUKTE PRODUCTEN UIT HET TOEPASSINGSGEBIED VERWIJDERD
Gedrukte producten zijn uit het toepassingsgebied van de EUDR verwijderd. Hieronder vallen gedrukte boeken, kranten, afbeeldingen en andere producten van de drukindustrie, manuscripten, typoscripten en tekeningen op papier. Dit is vastgelegd in Verordening (EU) 2025/2650 en valt niet onder de lopende raadpleging over de gedelegeerde handeling. Merk op dat houtpulp- en papierproducten onder de HS-hoofdstukken 47 en 48 (van de bijlage bij de EUDR) binnen het toepassingsgebied blijven wanneer ze nieuwe houtvezels bevatten.
VIJFJARIGE BEWAARTERMIJN VOOR ALLE EXPLOITANTEN
Ongeacht hun omvang moeten alle exploitanten gegevens verzamelen en vijf jaar bewaren over de exploitanten, downstream-exploitanten of handelaren die hen relevante producten hebben geleverd, evenals gegevens over de downstream-exploitanten of handelaren aan wie zij relevante producten hebben geleverd.
UPDATES VAN HET INFORMATIESYSTEEM
Het EUDR-informatiesysteem, dat is opgezet krachtens artikel 33 van de verordening, is het door de Commissie beheerde platform via welke marktdeelnemers DDS- en vereenvoudigde aangiften indienen voordat zij de betreffende producten op de EU-markt brengen of exporteren. Het systeem, dat in december 2024 in gebruik is genomen, fungeert tevens als een register dat toegankelijk is voor actoren in de toeleveringsketen en bevoegde autoriteiten voor verificatie- en handhavingsdoeleinden. Het door het systeem gegenereerde DDS-referentienummer moet worden opgenomen in douaneaangiften voor producten die de EU binnenkomen of verlaten, waardoor het systeem een directe koppeling vormt tussen naleving van de EUDR en douane-inklaring.
De Commissie heeft het informatiesysteem tijdelijk gesloten om de wijzigingen door te voeren die voortvloeien uit de wijziging van december 2025. Een gefaseerde heropening is gepland voor juni 2026 (zowel voor de test- als de productieomgeving), waarna in de zomer van 2026 aanvullende functionaliteiten zullen volgen, in de aanloop naar de implementatiedatum van de EUDR in december 2026. De belangrijkste updates die worden doorgevoerd, kunnen worden onderverdeeld in zes categorieën, die we hieronder bespreken.
Vereenvoudigde aangiften: Het systeem zal de indiening van eenmalige vereenvoudigde aangiften door MSPO’s ondersteunen, ook via een API. Dit is belangrijk omdat de workflow voor vereenvoudigde aangiften volledig nieuw is. MSPO’s waren voorheen helemaal niet in het systeem opgenomen, en downstream-actoren die aangifte-identificatiecodes van MSPO’s ontvangen, kunnen deze nu op dezelfde manier verifiëren als standaard DDS-referentienummers.
Nieuwe rollen voor marktdeelnemers: er worden registratiecategorieën toegevoegd voor MSPO’s en niet-MKB-marktdeelnemers in de downstream-sector. Op grond van de wijziging van december 2025 zijn niet-MKB-marktdeelnemers in de downstream-sector verplicht zich in het systeem te registreren, ook al dienen zij geen DDS meer in. Deze update zorgt voor de technische infrastructuur om aan die verplichting te voldoen.
Vrijwillige groepering: Exploitanten krijgen de mogelijkheid om DDS-referentienummers vrijwillig te groeperen, waardoor de administratieve lasten worden verlicht voor degenen die meerdere toeleveranciers beheren. Deze functie is specifiek op verzoek van de sector toegevoegd en biedt een oplossing voor een praktisch knelpunt voor exploitanten die grote hoeveelheden DDS-referentienummers van verschillende toeleveranciers ontvangen en deze efficiënt moeten doorgeven aan afnemers.
Controle van de geldigheid: Gebruikers kunnen de geldigheid van DDS-referentienummers en aangifte-ID’s rechtstreeks in het systeem controleren, onder meer door CSV-bestanden te uploaden voor bulkcontrole. Dit is met name handig voor de eerste verwerker in de keten, die wettelijk verplicht is om geldige referentienummers te verzamelen en te bewaren.
Ondersteuning voor geolocatie: Er worden vernieuwde tools gelanceerd om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te helpen bij het analyseren van geolocatiegegevens die door exploitanten worden aangeleverd. De update houdt ook rekening met herziene richtsnoeren inzake alternatieven voor geolocatie, waaronder de mogelijkheid om een postadres op te geven, die nu voor sommige MSPO’s beschikbaar is in plaats van GPS-coördinaten.
Noodmaatregelen: De bijgewerkte specificaties voor de webservice zullen de bestaande systeemfunctionaliteiten en noodprocedures weerspiegelen voor het geval het systeem niet beschikbaar is. Aangezien het indienen van DDS-documenten een voorwaarde is voor de douaneafhandeling, brengt een storing in het systeem directe operationele risico’s met zich mee voor de exploitanten. Deze maatregelen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat aan de nalevingsverplichtingen kan worden voldaan, zelfs tijdens storingen.
Bent u klaar voor EUDR?
Ga voor meer informatie naar onze website: Ondersteuning bij de EU-verordening inzake ontbossing (EUDR) | SCS Global Services. U kunt ook onze korte EUDR-gereedheidscheck invullen. Of, als u meer ondersteuning wenst, kunt u rechtstreeks contact opnemen met ons EUDR-team: [email protected].