Water beleeft eindelijk zijn ‘koolstofmoment’
De meeste waterverslagen van bedrijven geven slechts een gedeeltelijk beeld. Meestal meten bedrijven wat er binnen hun eigen vestigingen gebeurt — en laten ze daarbij de veel grotere waterbehoefte buiten beschouwing die in hun toeleveringsketens schuilgaat, terwijl daar vaak juist het echte risico ligt.
Een voorbeeld: een wereldwijd opererend kledingbedrijf publiceerde een duurzaamheidsverslag waaruit bleek dat het zijn zoetwaterverbruik aanzienlijk had teruggedrongen en op koers lag om zijn interne besparingsdoelstellingen te halen. Maar het verslag geeft nauwelijks inzicht in de werkelijke waterimpact van het bedrijf — maar waarom eigenlijk?
Omdat er geen gemeenschappelijk kader bestaat voor het meten van waterrisico’s van bedrijven over de gehele waardeketen heen — en zonder zo’n kader kunnen bedrijven alleen meten wat binnen de door hen vastgestelde grenzen valt. Het initiatief ‘Water Scopes 1-3’ — ontwikkeld door SCS Global Services met het World Resources Institute, het WWF en het CEO Water Mandate — is bedoeld om daar verandering in te brengen.
Het grootste deel van de watervoetafdruk van dat kledingbedrijf lag ver stroomopwaarts in de toeleveringsketen, namelijk bij de teelt van katoen en andere grondstoffen. In verschillende inkoopregio’s concurreerde de vraag naar irrigatiewater voor textielgewassen rechtstreeks met de drinkwatervoorziening, de voedselproductie en de afnemende grondwaterreserves. De audit van het bedrijf was nauwkeurig binnen de door het bedrijf zelf gedefinieerde grenzen. Er werd gemeten hoeveel water er binnen de eigen fabrieken werd gebruikt, terwijl de veel grotere afhankelijkheid van de landbouwproductie en leveranciers over het hoofd werd gezien — de delen van de waardeketen waar het werkelijke waterrisico, de kwetsbaarheid van de reputatie en de instabiliteit van de bevoorrading op de lange termijn daadwerkelijk lagen.
Dit is een wijdverbreid probleem in de waterrapportage van bedrijven. Vraag verschillende duurzaamheidsdirecteuren hoe hun bedrijf waterrisico’s meet en je krijgt net zoveel verschillende antwoorden. De meeste waterprogramma’s van bedrijven richten zich op de directe bedrijfsactiviteiten — wat er binnen de hekken van de vestiging gebeurt — omdat dat beheersbaar, controleerbaar en rapporteerbaar is. Voor de meeste sectoren is dit echter slechts een fractie van het werkelijke beeld.
Bedrijven in de kleding-, chemie-, technologie- en voedingssector houden hun waterverbruik afzonderlijk bij, per sector en in silo’s, zonder dat er een gemeenschappelijke basis is voor wat ‘het correct meten van waterverbruik’ überhaupt inhoudt binnen een waardeketen. Het resultaat is een situatie waarin vergelijkingen onmogelijk zijn, investeringen verkeerd worden ingezet en de bedrijven die het meest kwetsbaar zijn voor waterrisico’s vaak het minste inzicht hebben in hun blootstelling aan die risico’s.
Twee decennia geleden stond de klimaatrapportage voor een soortgelijke uitdaging. Voordat het Greenhouse Gas Protocol het inmiddels bekende kader van Scope 1-, 2- en 3-emissies vaststelde, maten bedrijven hun CO₂-uitstoot op inconsistente manieren, waardoor de gerapporteerde gegevens moeilijk te vergelijken en nog moeilijker te reguleren waren. Het protocol loste niet alle problemen op, maar het creëerde een gemeenschappelijke taal waarop beleggers, toezichthouders en bedrijven konden voortbouwen. Het gaf bedrijven een gemeenschappelijk uitgangspunt, bood beleggers een vergelijkingsbasis en gaf toezichthouders een gemeenschappelijke taal voor rapportagevereisten. Het resultaat was niet perfect, maar het was wel baanbrekend.
De watersector heeft al jaren behoefte aan zo’n equivalent. Water Scopes 1-3 biedt die basis — geen nieuwe concurrerende norm, maar een gezamenlijk kader voor de afbakening van de reikwijdte en gemeenschappelijke definities die aansluiten bij bestaande instrumenten en kaders.
Ook de toenemende druk vanuit de kunstmatige intelligentie heeft ons gedwongen tot actie. Datacenters hebben enorme hoeveelheden water nodig voor koeling. Naarmate de AI-infrastructuur snel groeide, veranderde water van een nicheonderwerp op het gebied van duurzaamheid in een systemisch bedrijfsrisico. De drie grootste hyperscalers hebben allemaal toezeggingen gedaan op het gebied van waterpositiviteit — maar die toezeggingen hebben alleen betrekking op direct operationeel gebruik en omvatten geen water dat verband houdt met elektriciteitsverbruik of toeleveringsketens. Ze hebben een route voor de toekomst nodig, en dat beseffen ze ook.
Grote technologiebedrijven en filantropische stichtingen sluiten zich nu al aan bij het Water Scopes-initiatief. In delen van Europa gelden inmiddels verplichte rapportagevereisten op het gebied van water. Wereldwijd neemt de druk van beleggers om verantwoording af te leggen over watergebruik toe. Bedrijven stellen op dit moment hun waterdoelstellingen voor na 2030 vast. Als er geen gemeenschappelijk kader bestaat voordat die doelstellingen worden vastgesteld, zullen deze op een verkeerde basis worden vastgelegd.
Het kledingbedrijf in dit voorbeeld heeft niets verkeerds gedaan. Het heeft gemeten wat het direct kon meten, gerapporteerd wat binnen zijn operationele grenzen viel, en zijn interne waterdoelstellingen met succes gehaald. Maar zonder een gemeenschappelijk kader dat de verantwoordingsplicht uitbreidt tot buiten de eigen fabrieken, naar de inkoop- en leveranciersnetwerken, zijn nauwkeurige rapportage en zinvolle rapportage niet hetzelfde.
De kans om de juiste basis te leggen is nu aanwezig. Water beleeft eindelijk zijn ‘koolstofmoment’. Het werk is al begonnen.